Het ontstaan, de morfologie en de dynamiek van de kustduinen zijn in sterke mate verbonden met het (wind)klimaat aan de kust, de kustlijnoriëntatie, de vegetatie en de aanwezigheid van brede zandstranden.
De kustduinen worden opgebouwd door zandaanvoer vanaf het strand. Hoewel de overheersende windrichting landafwaarts gericht is (zuidwest t.o.v. de westzuidwest-oostnoordoost georiënteerde kustlijn), waaien de zandtransporterende winden (> 15 km/u) landinwaarts tot kustparallel, en blazen zij het zand naar de duinen.
|
|
Het aangevoerde zand stapelt zich aan het vloedmerk op. Daar ontstaan embryonale duintjes, waarop zich een zoutminnende pioniersvegetatie ontwikkelt. Door voortdurende zandaanvoer blijven de duintjes groeien en verliezen zij geleidelijk aan hun zilte karakter. De zoutminnende vegetatie maakt plaats voor zoutmijdende vegetatie, die zich kan ontwikkelen dankzij de aanwezigheid van zoet bodemwater.
De dominerende plant aan de zeezijde van de zeereepduinen is helmgras. Landwaarts is de duinbodem doorgaans meer gefixeerd, en vertoont de vegetatie een grotere variatie, met struweel, grasland en duinbos.
|